Met eigen stamcellen
Bij een autologe stamceltransplantatie worden stamcellen uit het bloed van de patiënt zelf gebruikt. Dat gebeurt na een chemotherapiekuur gecombineerd met de toediening van een groeifactor. De stamcellen worden ingevroren terwijl de patiënt een intensieve behandeling ondergaat. Na de behandeling worden de afgenomen stamcellen weer teruggegeven.
De voordelen van deze manier van transplanteren zijn:
- Geen gevaar voor afweerreacties door 'vreemde' stamcellen
- De kans op infecties is iets minder groot omdat er geen medicijnen gebruikt hoeven te worden om de afweer te onderdrukken.
- Het afweersysteem kan sneller herstellen. Hierdoor is de herstelperiode minder zwaar.
- Er is geen Graft-versus-Disease effect. D.w.z. dat het transplantaat de eventueel achtergebleven kankercellen niet opruimt.
- Er is een groter risico op terugkeer van de ziekte in vergelijking met een allogene stamceltransplantatie.
De behandeling wordt toegepast bij mensen tot ongeveer 65 jaar afhankelijk van hun lichamelijke conditie.
